Hommels behoren tot de bijen, maar zijn gemakkelijk te herkennen aan hun wollige, vaak kleurrijke beharing.
Najaar
In het najaar sterft het hommelvolk uit; alleen de koningin overleeft de winter. Zij is meestal wat groter dan de werksters.
Voorjaar
In het voorjaar vliegt de koningin uit op zoek naar een geschikte plek voor een nieuw nest. Afhankelijk van de soort bouwt ze dat ondergronds, bijvoorbeeld in een verlaten muizenhol, of bovengronds, tussen graspollen of in een holle boom. Uit de eerste eieren komen werksters, die het bouwen van het nest en het verzamelen van voedsel van de koningin overnemen. Vanaf dat moment blijft de koningin in het nest om uitsluitend eieren te leggen.
Zomer
Later in de zomer brengt ze geen werksters meer voort, maar mannetjes en nieuwe koninginnen. Zodra die het nest verlaten om zich voort te planten, begint de jaarlijkse cyclus opnieuw.
Voor het voortbestaan van de hommel is het dus belangrijk dat de jonge koninginnen in het vroege voorjaar genoeg nectar vinden om hun nest te kunnen starten.
Soorten in het Waalbos
In het Waalbos komen in elk geval de aardhommel en de akkerhommel voor. In oude grashopen hebben we zelfs al eens een nest van de akkerhommel gevonden.