De eerste boom die in het jaar in bloei komt, is de hazelaar.
Hazelaar
Net als de els heeft de hazelaar lange mannelijke katjes. De vrouwelijke bloempjes zijn een stuk bescheidener: kleine, groene knopjes met een rood stervormig stempeltje. Ze vallen nauwelijks op, maar zijn essentieel — na bevruchting groeien ze uit tot hazelnoten.
De hazelaar produceert grote hoeveelheden stuifmeel, wat voor mensen met een pollenallergie flink wat overlast kan geven. De wilde hazelaar draagt alleen kleine nootjes; de grotere, eetbare hazelnoten komen van gecultiveerde rassen.
Els
De els bloeit iets later dan de hazelaar, maar ook hier hangen lange mannelijke katjes. De vrouwelijke bloempjes zijn beter zichtbaar en ontwikkelen zich uiteindelijk tot zwarte elzenpropjes. Wanneer het weer gunstig is, vallen de zaadjes eruit — een geliefde lekkernij voor vogels als putters, groenlingen en vinken.
In Nederland komen meerdere elzensoorten voor, maar de zwarte els is veruit de meest algemene. Opvallend is de kleur van het hout: na het kappen kleurt het oranjerood, waaraan een verse kapplek direct te herkennen is.
Geriefhoutbosjes
Vroeger werd elzenhout regelmatig geoogst in zogenoemde geriefhoutbosjes. Om de vier tot elf jaar werden de elzen op een hoogte van zo’n halve tot één meter afgezaagd, waarna ze opnieuw uitliepen. Het hout diende voor palen, gereedschapsstelen en stookhout. Ook hazelaars werden soms in dergelijke bosjes aangeplant.